‘Het groen in Amsterdam moet veel eerlijker verdeeld’

September 27, 2019
|

Opiniestuk in NRC 27 september 2019

‘Bouwwoede bedreigt de groene scheggen’, kopt de Amsterdambijlage op 21 september. De snel groeiende stad rukt op. De bouwactiviteiten gaan ten koste van de beroemde groene scheggen uit het Algemeen Uitbreidings Plan (AUP) van 1935. Scheggen als ‘groene vingers’ die elke Amsterdammer binnen een kwartiertje in het groen brengt. Diverse organisaties komen aan het woord. De ‘Stichting Beschermers Amstelland’ maakt zich hard voor behoud van de Amstelscheg. Zo heeft elk stadsdeel inmiddels z’n plaatselijke belangengroepering. In Noord zijn zelfs diverse groepen actief: voor behoud van de Waterlandscheg, Wilmkebreekpolder en de Schellingwouderscheg. Hoe goed bedoeld ook, plaatselijke belangenbehartigers zijn eigenlijk onderdeel van het probleem. Door hun fixatie op een lokaal groengebied, missen ze de wijdere blik op het geheel van Amsterdamse groengebieden. Terwijl juist daar de schoen wringt.

De afgelopen pakweg vijftig jaar rommelt de Amsterdamse stedenbouw maar wat aan met de verdeling van Amsterdams groen. De aanpak is gedreven door economisch opportunisme. Waar grote stadsuitbreiding tot halverwege de 20ste eeuw een langetermijnplanologie hanteerde (denk aan de uitleg van de grachtengordel, Plan Zuid en het AUP), is de laatste decennia sprake van een microbenadering. Wijkje voor wijkje breien we lapjes stad aan elkaar. Bij het stedenbouwkundig ontwerp van nieuwe wijken hanteren we al te duidelijke projectgrenzen, zonder te kijken hoe het groen over de stad is verdeeld.

Wat dit laatste betreft: het Amsterdams groen is extreem scheef verdeeld. Zo bezit stadsdeel Noord met 10 procent van de inwoners ongeveer de helft van het groen. Zuid heeft ruim 50 procent meer inwoners dan Noord, maar zestien keer minder groen. Hoe raar is het dan dat juist in Zuid het publieke groen de komende jaren verder wordt afgebouwd ten faveure van kantoren en woningen? Is de gemeente zo naïef dat het deze scheve verdeling van het groen niet ziet? Nou, ik vermoed dat de stad maar al te graag haar ogen sluit voor de scheve verdeling. Groene grond aan de zuidkant van het IJ brengt veel meer op bij ontwikkeling ervan, mits je er kantoren en luxe appartementen bouwt. Landelijk Noord – het gebied rondom Zunderdorp, Durgerdam, Ransdorp en Holysloot – fungeert feitelijk als ‘groendepot’ en houdt in z’n eentje de minimale oppervlakte hoofdgroenstructuur overeind. Een inwoner uit Zuid heeft gewoon pech gehad dat ie een fractie van de hoofdgroenstructuur tot z’n beschikking heeft. Natuurlijk is het fijn dat het weidse Landelijk Noord een heilig huisje is, maar de slechte bereikbaarheid met het OV en de spaarzaam aanwezige fiets- en voetpaden verraden dat landelijk Noord niet bestaat als natuurgebied ten behoeve van Amsterdamse recreanten en toeristen, maar als ‘parkeerplaats van het groene wisselgeld’. Het stelt de gemeente op dit moment in staat het laatste stukje Landelijk West, de Lutkemeerpolder, te offeren ten faveure van een bedrijventerrein.

Nu de stad snel groeit en letterlijk en figuurlijk oververhit raakt, is betere bereikbaarheid van grote groengebieden en een gelijkmatigere verdeling van het groen over de inwoners noodzakelijk. We kunnen het ons niet meer veroorloven om het groen van de stad klakkeloos bij elkaar op te tellen, zonder te willen weten hoe het gespreid is over de stad. Daarnaast moet de groei van de stad als een onvermijdelijk gegeven worden geaccepteerd. Groen sparen of zelfs uitbreiden kan alleen als je stedelijke verdichting omarmt. Dat wil zeggen dat niet elk prikkelstruiktalud een heilig stukje groen is, en dat de hetze tegen hoogbouw (zoals in de Sluisbuurt) moet stoppen. Meer stad betekent meer groen, en vice versa. Juist omdat de inwonersdichtheid de komende decennia sterk toeneemt, moet er een nieuw stadsplan komen dat stedelijke ontwikkeling en groengebieden als onlosmakelijk beschouwt. Dit kan voortborduren op het AUP van Van Eesteren met de groene scheggen. Deze moeten daar waar ze zijn aangetast worden hersteld. En nog sterker: de groene lobben moeten worden ‘doorverbonden’ naar de weilanden buiten de gemeentegrenzen. De Noord/Zuidlijn zou vanaf Noord 600 meter kunnen worden doorgetrokken zodat Landelijk Noord – met afstand het grootste groengebied van de stad – voor binnenstadbewoners en toeristen binnen 5 minuten bereikbaar is. Het is cruciaal om behalve Landelijk Noord, ook Landelijk West, Oost en Zuid weer op de kaart te zetten. Op dit moment liggen er rondom de stad nog originele weilandgebieden. Als we niet te lang wachten, kunnen we binnen de RingA10 nog een autovrij stelsel van fiets- en wandelpaden aanleggen die verbinding maken met de weilanden – op bepaalde plaatsen geholpen met ecoducten of ecotunnels. In Noord kan het grote natuurgebied van Zaan en Twiske eenvoudig worden doorverbonden naar de Wilmkebreekpolder, waar schapen en koeien al eeuwen ongestoord hun grasje grazen. Ander voorbeeld: in Oost kun je vanaf de Omval nabij het Amstelstation langs de Weespertrekvaart via de sportparken Drieburg en Watergraafsmeer (die dus níét bebouwd moeten worden) naar de Diemerscheg. En ja, ook hier kunnen koeien en schapen prima terug binnen de RingA10. Als die weilanden vervolgens met elkaar verbonden worden, ontstaat een groen wegenweb waarover je tientallen kilometers door de parken en weilanden kunt struinen of fietsen zonder een autostraat te hoeven oversteken. Tegen die tijd zal Amsterdam een oud verkeersbord moeten terughalen: Pas op, overstekend wild.