Inzending Robbert Dijkgraaf Essayprijs

November 28, 2018
|

Op 27 november vond het Gala van de Wetenschap plaats aan de Universiteit van Amsterdam. Bas deed mee aan de Robbert Dijkgraaf Essayprijs. Zijn inzending werd niet genomineerd, maar zijn pleidooi kun je hieronder lezen.

ONDERZOEKSKLIMAAT
Willen weten wat we niet weten

Op een bepaalde manier is wetenschap ook een klimaatvraagstuk. Net als het weer is ’t aan menselijke invloeden onderhevig. Een meteoroloog bepaalt het klimaat aan de hand van de langjarige temperatuur, windkracht en neerslag. Wetenschappelijk klimaat wordt bepaald door onder meer langjarige ruimte voor onafhankelijk denken, kritische nieuwsgierigheid en de bereidheid om sleetse inzichten te vervangen. In goede omstandigheden maakt de onderzoeker zich los van politiek, commercieel of persoonlijk belang.

Het wetenschappelijk klimaat was niet altijd goed. Toen Galileo Galilei in 1610 de waarnemingen publiceerde die hij met zijn telescoop had gedaan, zat de wereld niet op zijn kennis te wachten. De natuurkundige vond bewijzen voor een copernicaans, heliocentrisch wereldbeeld. De Inquisitie gebood Galilei om afstand te doen van zijn kennis, en zijn ontdekking – de aarde draait in een baan om de zon – niet meer te propageren. De wetenschapper vocht vervolgens een lange en ongelijke strijd met de kerk. Een groot deel van zijn leven bracht hij gemuilkorfd door onder huisarrest. Te veel kennis over de aarde was onwelkom.

Staan we anno 2018 open voor elke wetenschappelijke ontdekkingsreis? Misschien dat we steeds beter weten wat we niet weten. Maar er is ook de trend van bewuste onwetendheid. Dat we niet willen weten wat we niet weten. Ter illustratie een voorbeeld uit eigen ervaring. Januari 2016 publiceerde ik het boek Oerknal aan het IJ. Daarin beschrijf ik de recente stand van zaken omtrent onderzoek naar de beginperiode van Amsterdam. Decennialang schreven de Amsterdam-auteurs dat de stad ná 1200 ontstond. Onderzoekers meldden dat over het ontstaan van de stad veel onduidelijk is. Toch schetsten zij een opvallend eenduidig beeld: ‘Amestelledamme’ ontstond aan weerszijden van de rivier de Amstel op de plek waar deze uitmondde in het IJ. Tot op de dag van vandaag sluiten Amsterdam-wetenschapper eensgezind de rijen: Amstel en IJ zijn onlosmakelijk verbonden met het ontstaan van de stad.

Sinds opgravingen van de Noord-Zuidlijn (tussen 2005 en 2008) worden de vroegste bouwsporen van de stad, nabij Warmoesstraat en Nieuwendijk, veel vroeger geschat. Mogelijk ontstond Amsterdam al rond het jaar 1100. Een verschil van 100 jaar met verstrekkende gevolgen. In 1100 lag de Amstel namelijk niet in de buurt waar hij zou hebben uitgemond in het IJ. De veenrivier liep destijds vanaf de Omval richting Diemen. Pas in de 13e eeuw raakte hij verbonden met Amsterdam. Het huidige IJ was in de beginjaren van Amsterdam eveneens afwezig. De oude bedding van het Oer-IJ lag al honderden jaren droog en was hoogst waarschijnlijk begroeid met een dikke laag veen. Ter plaatse van de latere Dam was maar één rivier: het ‘Waterlandse Die’. Pas na de Allerheiligenvloed van 1170 stroomde het water met bakken naar Amsterdam om daarmee het IJ te vullen. De eerste generaties Amsterdammers waren toen al meer dan een eeuw op streek. De Dam is waarschijnlijk niet in de Amstel gelegd, maar in het Die.

Bijna schokkend: het ontstaan van Amsterdam staat los van Amstel en IJ. Ik bracht deze kwestie als hypothese nadrukkelijk onder de aandacht van diverse wetenschappers uit het relevante vakgebied. Maar het is genegeerd. De vermoedelijke bronrivier van de stad speelt nog steeds geen rol in het wetenschappelijk discours van Amsterdam. Mijn vraag is: waarom onderzoekt de gevestigde orde de ‘Diepothese’ niet? Onverschilligheid? Past het niet in de gefinancierde onderzoekslijn? Of zitten Amsterdam-onderzoekers niet te wachten op kennis die hun eerdere proefschriften en wetenschappelijke publicaties achterhaald maakt? Liever graaft men dieper door op het bestaande paradigma, zoekend naar kruiken en botten in de bodem van de Amstel.

De aarde is niet het middelpunt van het heelal en de Amstel vermoedelijk niet de bronrivier van Amsterdam. Het is belangrijk om te weten wat we niet weten. Maar dan moeten we dat wel wíllen weten. Witte vlekken mogen niet wit blijven omdat de onderzoeker ervan wegkijkt. Hypotheses kun je weerleggen of bevestigen, maar niet negeren. In een gezond wetenschappelijk klimaat draait de drang om te weten in een baan om de wetenschap.

Bas Kok is auteur van Oerknal aan het IJ (Olivia Media, 2016). Hij studeerde psychologie aan de Universiteit van Amsterdam (1992).