Negen bruggen over het IJ

February 5, 2018
|

Amsterdam heeft een flinke inhaalslag te maken met bruggen over het IJ, schrijft Bas op 1 februari jl. op www.destadamsterdam.nu. Hij voorspelt dat de stad eind deze eeuw negen bruggen zal tellen die Noord verbinden met de binnenstad.

Als tiener uit Amsterdam-Noord wilde ik al een fietsbrug over het IJ. Mijn middelbare school stond begin jaren tachtig aan het Van der Pekplein, steenworpje afstand van de Buiksloterwegpont, maar de stad voelde ver weg. Dat had zeker te maken met de moeizame bereikbaarheid. Kinderen en tieners hebben een andere tijdbeleving, vijf minuten wachten is een kwartier. Een trage pont lijkt te dobberen. Als volwassene heb ik trouwens nog steeds een hekel aan wachten. Als ik ergens naartoe fiets wil ik doorrijden.

Na meer dan dertig jaar wensen en een kleine zeven jaar lobbyen gaat die eerste fietsbrug over het IJ er eindelijk komen. Bij Java-eiland waar het IJ op z’n smalst is. Jarenlang ben ik homerisch uitgelachen als ik het waagde mijn wens voor een brug hardop uit te spreken. Al 170 jaar geleden waren er plannen voor die brug, die zijn toch niet voor niks doorgestreept? De laatste jaren hield de stramme nee-houding op – geholpen door overvolle ponten en ‘booming’ Noord. Nu verhuist de gemeente een vrij nieuwe Passenger Terminal om die eerste brug te bouwen.

Helemaal de eerste is het niet. In 1957 was de Schellingwouderbrug er al. Nou was dit een excentrisch gepositioneerde brug van niets naar nergens – meer bedoeld als provinciale autoweg richting Noord-Holland. De Schellingwouderbrug ontpopt zich pas nu – met de bouw van een grotestadswijk op Zeeburgereiland – als heuse stadsbrug.

Opeens hebben we er dus twee! Ik voorspel dat we deze eeuw gaan afsluiten met nog minimaal zeven nieuwe bruggen over het IJ. Natuurlijk, er zijn ook al wat tunnels, maar Amsterdam is de stad met de grootste brugdichtheid ter wereld. Het is onlogisch dat er in de snel groeiende metropool in een lengte van 12 kilometer IJ slechts twee bruggen liggen. Normaal gesproken bouwt een brugstad ongeveer één grote stadsbrug per tien jaar. Amsterdam heeft in 170 jaar maar liefst 17 keer nul bruggen gebouwd. Dan loop je een fikse achterstand op. Maar wat is een reëel aantal?

Als het gaat om fietsbruggen wordt in stedelijke gebieden wel het begrip maaswijdte gehanteerd, een streefnorm voor een ‘befietsbare’ afstand tussen bruggen. In steden met een brede rivier is de gebruikelijke situatie dat er elke 500 meter een brug ligt. Zou je de 500 meter-norm toepassen op de metropool Amsterdam, dan zit je met 12 kilometer op 24 bruggen.

Dat vind zelfs ik een te forse inhaalslag. De financiële middelen zijn niet oneindig, we horen bescheiden te blijven. Tegelijkertijd moet er wel de erkenning komen dat de brugloze geschiedenis van het Amsterdamse IJ curieus is en een inhaalslag vereist. Anders blijven we in die alsmaar groeiende stad dweilen met de kraan open – en eindeloos omfietsen.

Om een lang verhaal kort te maken: ik pleit voor zeven nieuwe fietsbruggen over het IJ. Dan schaar ik het BuitenIJ, het Noordzee- en Amsterdam-Rijnkanaal voor het gemak ook onder de noemer IJ. Van IJburg naar Westpoort levert dat een serie nieuwe bruggen op. Een brug van de oostpunt Zeeburgereiland naar Durgerdam, een van Zeeburgereiland naar Sporenburg, de ‘kompaseilandbrug’ van Azartplein naar het Albemarle-terrein, de voetgangerspassage van CS naar EYE, de (reeds geplande) Stenen Hoofdbrug naar de Grasweg, de NDS-REM-brug bij de Houthaven, de Coenbrug ter ontsluiting van de Achtersluispolder en tenslotte de Hembrug op de plek waar ooit de spoorbrug was. Zo hebben we straks minimaal negen vaste fietsverbindingen. Wild idee? Lach me gerust uit. Da’s een goed teken.